Brief 091111 bij motie Lokale subsidie voor lokale politieke partijen

Inleiding

Al enige jaren proberen de lokale politieke partijen het hoofd te bieden aan het toenemende aantal landelijke politieke partijen en hun geoliede verkiezingscampagnes bij de gemeenteraadsverkiezingen. Met succes, want sinds 2006 hebben de lokale politieke partijen bijna 25 procent van alle gemeenteraadszetels weten te bemachtigen. Echter, nog steeds worden zij financieel achtergesteld door de overheid.
Landelijk politieke partijen ontvangen subsidiegelden (in totaal € 15 miljoen per jaar!) van de landelijke overheid. Deze gelden worden onder andere aangewend door de lokale afdelingen van deze partijen bij gemeenteraadsverkiezingen (tv- en radiospotjes, flyers, ledenwerving, etc.). Aangezien lokale politieke partijen niet landelijk opererend zijn, ontvangen zij helemaal niets…
Hoewel iedereen vindt dat de huidige verdeling niet correct is, gebeurt er, vijf jaar na de start van deze discussie, helemaal niets. Als het aan de minister ligt, moeten de lokale politieke partijen maar aankloppen bij de lokale overheden. Iets waarmee de landelijke politieke partijen schijnbaar stilzwijgend instemmen.
Vandaar dat Progressief Nieuwkoop, Midden Partij Nieuwkoop, MijnPartij Nieuwkoop - naar een voorbeeld uit de gemeente Heerenveen – een subsidieverzoek bij het college van Nieuwkoop heeft ingediend ten behoeve van de werving en opleiding van (raads-)leden en het voeren van campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen 2010.

Nieuwkoop, 11-11- 2009.

Geacht college van B&W van de gemeente Nieuwkoop.

Middels dit schrijven wensen de besturen van de politieke partijen Progressief Nieuwkoop, Midden Partij Nieuwkoop, MijnPartij Nieuwkoop u een subsidieverzoek voor te leggen.
De omvang van de gewenste subsidie bedraagt € 3.000 per partij en zal door de partijen worden aangewend voor haar activiteiten ter ondersteuning van de te voeren verkiezingscampagne voor de gemeenteraadsverkiezingen in 2010. Deze activiteiten bestaan uit het werven en rekruteren van geschikte kandidaat raadsleden voor de kieslijst, het maken en verspreiding van verkiezingsmateriaal en het organiseren van verkiezingsactiviteiten.
Aanleiding en argumentatie van dit subsidieverzoek is gelegen in die diverse standpunten, geuit door de minister van Binnenlandse Zaken, de Tweede Kamer der Staten Generaal, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Vereniging van Plaatselijke Politieke Groeperingen. In het vervolg van dit schrijven zal puntsgewijs hierop worden ingegaan.

Wet subsidiëring politieke partijen 1999:
De subsidiëring van politieke partijen wordt bepaald in de Wet subsidiëring politieke partijen 1999. In artikel 2, lid 1 van deze wet wordt bepaald dat uitsluitend de in de Eerste en Tweede Kamer van de Staten Generaal gevestigde politieke verenigingen in aanmerking komen voor een subsidie van de rijksoverheid.
Ondanks het feit dat de lokale politieke verenigingen sinds de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2006 tezamen circa 25% van het totaal aantal gemeenteraadsleden leveren, betekent dit, dat zij door deze wet geen enkele aanspraak maken op de subsidie van de rijksoverheid voor dit doel. Door deze rechtsongelijkheid worden de lokale politieke verenigingen in ernstige mate financieel belemmerd in het uitvoeren van haar activiteiten.

Notitie herijking Wet subsidiëring politieke partijen 1999:
(TK 2002-2003, 27422, nr. 7)
De Tweede Kamer der Staten Generaal heeft in het najaar van 2000 verzocht om een herijking van de Wet subsidiëring politieke partijen 1999.
In de bovengenoemde notitie geeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het volgende aan:

1. "Politieke partijen vervullen een essentiële functie binnen het stelsel van de representatieve democratie" (bladzijde 2).
Deze functies worden gespecificeerd op bladzijde 14 van de notitie (vertolking van meningen, aggregatie en integratie, rekrutering en selectie, mobilisatie en socialisatie).
De partijen Progressief Nieuwkoop, Midden Partij Nieuwkoop, MijnPartij Nieuwkoop zijn, tezamen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (bladzijde 34) van mening dat de functie van lokale politieke verenigingen geen andere is dan de functie die de landelijke politieke verenigingen in de democratie vervullen.

2. "Overheidssubsidie is van wezenlijk belang om de positie van politieke partijen binnen ons staatsbestel te ondersteunen" (bladzijde 3).
De partijen Progressief Nieuwkoop, Midden Partij Nieuwkoop, MijnPartij Nieuwkoop zijn van mening dat deze stelling niet alleen voor de in de Eerste en Tweede Kamer der Staten Generaal gevestigde politieke verenigingen van toepassing is, maar eveneens voor de lokale politieke partijen. Tezamen vormen landelijke gevestigde politieke partijen en lokale politieke partijen ons staatsbestel.

3. "Een grote afhankelijkheid van giften uit het bedrijfsleven of van maatschappelijke organisaties brengt echter andere risico's met zich mee.
Wanneer dergelijke giften immers gericht zijn op beïnvloeding van partijen, komt het vertrouwen van burgers in de politiek in het geding. Reeds de schijn dat politieke partijen niet meer in volstrekte onafhankelijkheid hun posities kunnen bepalen, is schadelijk voor het democratisch bestel" (bladzijde 4).
Als gevolg van het ontbreken van overheidssubsidies, zijn de lokale politieke partijen -en zo ook de partijen Progressief Nieuwkoop, Midden Partij Nieuwkoop, MijnPartij Nieuwkoop, als gevolg van de landelijke tendens van afnemende ledenaantallen- in toenemende mate afhankelijk van donaties en giften van particulieren en organisaties.
De partijen Progressief Nieuwkoop, Midden Partij Nieuwkoop, MijnPartij Nieuwkoop onderstrepen de door de minister genoemde risico's en streeft eveneens naar een transparante partij. Deze is echter uitsluitend mogelijk, zoals in de notitie ook wordt voorgesteld, door een (extra) overheidssubsidie.

4. "Eventuele subsidiëring van lokale en regionale politieke partijen behoort daarmee tot op heden tot de verantwoordelijkheid van de decentrale overheden" (bladzijde 33).
De partijen Progressief Nieuwkoop, Midden Partij Nieuwkoop, MijnPartij Nieuwkoop zijn van mening dat hiermee onomstotelijk wordt aangegeven dat de minister van mening is dat, in navolging van de in de Eerste en Tweede Kamer der Staten Generaal gevestigde politieke partijen, lokale politieke partijen door de (decentrale) overheid financieel moeten worden ondersteund zolang zij niet in aanmerking komen voor een rijksoverheid subsidie.

5. In reactie op de voorstellen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties merkt de Vereniging van Nederlandse Gemeenten op: "Het feit dat de Wet subsidiëring politieke partijen niet in subsidieverlening aan lokale politieke partijen voorziet, creëert volgens de VNG een ongelijke verhouding tussen landelijke en lokaal georganiseerde politieke partijen.
Deze situatie wordt in de toekomst nog versterkt als uitvoering wordt gegeven aan de motie die door de Tweede Kamer is aangenomen gericht op versterking van de financiële positie van landelijke politieke partijen.
Gezien de positie die lokale politieke partijen thans innemen in de lokale democratie, kunnen deze ongelijke verhoudingen niet langer met reden worden gehandhaafd. De VNG wijst erop dat een aantal gemeenten al uit eigen begroting ondersteuning aan politieke partijen verleent. De VNG steunt derhalve de gedachte dat, in algemene zin, politieke partijen die zetels hebben verworven in de gemeenteraad recht op ondersteuning zouden moeten krijgen" (bladzijde 34)

De partijen Progressief Nieuwkoop, Midden Partij Nieuwkoop, MijnPartij Nieuwkoop voelen zich door deze opvatting van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, waarbij tevens uw gemeente is aangesloten, gesterkt in haar subsidieverzoek en poogt hiermee aan te geven dat het, als gevolg van het uitblijven van een rijkssubsidie, niet ongebruikelijk is dat lokale overheden subsidie verstrekken aan lokale politieke partijen.

Ondanks deze opsomming, besluit de notitie op bladzijde 44 met: "De nota doet verslag van de adviezen van VNG en IPO, maar komt nog niet met concrete voorstellen" waaruit geconcludeerd kan worden dat de minister niet tegemoet wenst te komen aan de door hem beschreven rechtsongelijkheid. De notitie heeft geresulteerd in een wetswijziging waarbij enerzijds de omvang van de totale rijkssubsidie aanmerkelijk is verhoogd, echter nog steeds onder de landelijke politieke verenigingen wordt verdeeld en anderzijds de bestedingsdoelen van deze landelijke politieke verenigingen is verruimd, waaronder ten behoeve van
verkiezingscampagnes.

Reactie minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal inzake financiering politieke partijen van 1 oktober 2003
(TK 2002-2003, 27422, nr.7)
In de brief van de minister aan de Tweede Kamer der Staten Generaal inzake het Kabinetsstandpunt van 1 oktober 2003 worden nadere standpunten inzake de notitie bepaald. Over de positie van de lokale politieke partijen wordt het volgende vermeld:
"De gedachte om het democratische bestel op alle bestuurlijke niveaus als volwaardig aan te merken lijkt mij een juiste benadering. In dat opzicht dienen ook lokale politieke partijen als volwaardig te worden aangemerkt.
Daarmee is echter niet gegeven dat in financiële zin een rijksverantwoordelijkheid zou zijn voor het politieke bestel op lokaal niveau. Dit lijkt toch eerst en vooral een zaak die door lokale overheden moet worden opgepakt.

Het heeft mijn voorkeur te beproeven of de voornemens om de mogelijkheden van scholing en vorming voor raads- en statenleden te verbeteren gerealiseerd kunnen worden. Ook hier spelen lokale overheden de hoofdrol(bladzijde 8).
De partijen Progressief Nieuwkoop, Midden Partij Nieuwkoop, MijnPartij Nieuwkoop zijn van mening dat het bevorderen van een goed niveau van openbaar bestuur in algemene zin, waarbij in toenemende mate lokale politieke partijen zijn betrokken, wel degelijk ook een verantwoordelijkheid van de rijksoverheid is.
Vooralsnog is de rijksoverheid echter niet bereid hiertoe actie te ondernemen en worden lokale politieke partijen bij herhaling verwezen naar de decentrale overheid.

Subsidieverzoek Vereniging voor Plaatselijke Politieke Groeperingen (VPPG) 2004:
De VPPG heeft na aanleiding van het voorstaande een subsidieverzoek der dato 21 oktober 2004 ingediend voor een aantal projecten welke als doel had de bij haar aangesloten circa 200 lokale politieke partijen te voorzien van ondersteuning door middel van een wetenschappelijk bureau.

In de beantwoording van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verwijst hij naar de Wet subsidiëring politieke partijen en de Notitie herijking Wet subsidiëring politieke partijen. De minister benadrukt, zoals ook in de notitie staat beschreven, dat ondanks dat vooropgesteld wordt dat het democratisch bestel op alle bestuurlijke niveaus als volwaardig aangemerkt moet worden. In dat opzicht lokale politieke verenigingen ook als volwaardig te worden dienen aangemerkt. Deze constatering houdt echter niet in dat er in financiële zin een rijksverantwoordelijkheid voor het politieke bestel op lokaal niveau is. Dit lijkt eerst en vooral een zaak die door de lokale overheden moet worden opgepakt.
Voorts wordt het subsidieverzoek door de minister afgewezen, waarbij hij aangeeft dat niet de inhoud van het verzoek hiertoe noodzaakt, maar het feit dat toekenning niet op basis van het geldende beleid kan geschieden. Bij herhaling verwijst de rijksoverheid de lokale politieke verenigingen naar de lokale overheden.

Wijziging van de Wet subsidiëring politieke partijen uit 1999, houdende
verhoging van de subsidiebedragen, verbreding van de subsidiabele doelen en aanpassing van de subsidiegrondslag
(TK 2004-2005, 29 869. nr. 1 tm 7)

Ondanks de discussie over de rechtsongelijkheid van lokale politieke verenigingen in de voorafgaande jaren, werd hier in de voorgestelde wijziging van de Wet subsidiëring politieke partijen door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties geen enkele aandacht aan besteed.
Dit ondanks het schrijven van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten dd.  2 december 2004 waarin zij aangeeft: "dat de lokale niet landelijk georganiseerde partijen sinds 2002 over het grootste aantal raadsleden beschikken (ongeveer 24% van de raadszetels). Zij ontvangen echter geen subsidie van rijkswege. Landelijk georganiseerde en onafhankelijke lokale partijen zijn echter volkomen gelijk. Enkel de schaal is anders. Toch worden landelijke partijen op basis van overwegingen aangaande het versterken van de kwaliteit van het openbaar bestuur gesubsidieerd en lokale partijen niet"

De door de rijksoverheid aan de landelijke politieke verenigingen toegekende subsidies werden wederom verder verhoogd en de bestedingsdoelen van de subsidie werden uitgebreid. De lokale politieke verenigingen deelden hierin wederom niet mee.

Motie Dubbelboer van 22 maart 2005
(TK 2004-2005, 29 869, nr. 14)
De Tweede Kamer der Staten Generaal heeft bij de benadeling van de voornoemde wijziging deze rechtsongelijkheid wel geconstateerd en heeft op 22 maart 2005 de motie Dubbelboer aangenomen waarin zij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de opdracht geeft te onderzoeken hoe subsidiëring in de toekomst wel kan geschieden.
Reactie minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal inzake motie Dubbelboer (TK 2004-2005, 29869, nr.16)
Voorts geeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op 23 augustus 2005 in zijn beantwoording, naast een herhaalde bevestiging van de hiervoor genoemde rechtsongelijkheid en de essentie van lokale politieke verenigingen, tevens aan: "Het is juist dat gelden en activiteiten van een ook landelijk georganiseerde politieke partij ook aan de plaatselijke afdelingen en vertegenwoordigers ten goede kunnen komen." (bladzijde 1)
De minister geeft hiermee aan dat de subsidies, welke de landelijke politieke verenigingen uit hoofde van de Wet subsidiëring politieke partijen genieten ook door de lokale afdelingen van deze partijen worden ingezet. Hiermee wordt de financiële ongelijkheid tussen de lokale politieke partijen en de afdelingen van landelijke politieke partijen helder geschetst.
Desondanks geeft de minister aan op basis van principiële gronden en praktische bezwaren geen uitvoering te willen geven aan de motie. Een van deze principiële gronden luidde:
"De rijksoverheid is verantwoordelijk voor de subsidiëring van politieke partijen die vertegenwoordigd zijn in het parlement. De verantwoordelijkheid voor de lokale partijen berust bij gemeenten en provincies. Deze systematiek vloeit logischerwijs voort uit de verantwoordelijkheidsverdeling tussen het Rijk en de lokale overheden.
Deze gedachte in het algemeen is recent nog eens benadrukt in de Code
Interbestuurlijke Verhoudingen."
Hiermee worden de lokale politieke partijen wederom naar de lokale overheden verwezen. De minister geeft hierbij aan dat:
"
... omdat de activiteiten van politieke partijen van groot belang zijn voor de werking van ons democratisch bestel. Daarbij staat voorop dat politieke partijen hun politieke standpunten op een onafhankelijke manier kunnen vaststellen. Mede door de financiële ondersteuning worden goede voorwaarden voor het functioneren van de in de Staten Generaal vertegenwoordigde politieke partijen geschapen. Je zou dat kunnen duiden met de subsidietitel 'in het algemeen belang'"

De partijen Progressief Nieuwkoop, Midden Partij Nieuwkoop, MijnPartij Nieuwkoop zijn van mening dat bovenstaande eveneens voor hen geldt.

Samengevat:
De partijen Progressief Nieuwkoop, Midden Partij Nieuwkoop, MijnPartij Nieuwkoop voelen zich, gezien de uitlatingen van de diverse personen en organisaties, gesterkt in hun opvatting dat zij, als lokale politieke partijen een wezenlijke rol in ons (lokale) democratisch bestel vervullen. Zij kunnen deze rol echter, als gevolg van de landelijke tendens van afnemende ledenaantallen, niet onafhankelijk en naar behoren uitoefenen wanneer zij niet middels overheidssubsidie gesteund worden, zoals dit bij de landelijke gevestigde politieke verenigingen geschiedt.
Daar de rijksoverheid, ondanks alle op- en aanmerkingen ten aanzien van de rechtsongelijkheid van de lokale politieke verenigingen, geuit door de diverse personen en organisatie, bij herhaling verwijst naar de lokale overheden en tot op heden nog geen landelijke regeling is getroffen voor deze rechtsongelijkheid, wensen Progressief Nieuwkoop, Midden Partij Nieuwkoop, MijnPartij Nieuwkoop, met de gemeenteraadsverkiezingen 2010 op komst, nadere regelgeving niet af te wachten en volgen derhalve het standpunt van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om de lokale overheid een subsidieverzoek ad € 3.000 ten behoeve van de in de inleiding genoemde activiteiten voor te leggen.
Gelet op uitlatingen van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zijn de partijen Progressief Nieuwkoop, Midden Partij Nieuwkoop, MijnPartij Nieuwkoop van mening dat dit subsidieverzoek is gestaafd op overwegingen, regels en gronden, die het voor de gemeente Nieuwkoop mogelijk maken het gevraagde bedrag op de titel "in het algemeen belang" te verstrekken. Wij zien uw positieve reactie derhalve ook gaarne tegemoet.

Hoogachtend,

 

Namens Progressief Nieuwkoop:

 


Namens Midden Partij Nieuwkoop:

 


Namens MijnPartij Nieuwkoop:


Nieuwkoop, 11 november 2009.