Je gaat naar school om te leren en niet om te zwemmen
“Je gaat naar school om te leren en niet om te zwemmen”
Met de bovenstaande uitspraak gaf Leo Visser van de MPN in de meningvormende raad van 5 juni 2008 helder aan dat de scholen zelf prioriteit moeten geven aan taal en sociaal emotionele vorming boven zwemonderwijs. Hij stond er dan ook op dat de scholen in hun standpunt werden gesteund. Ons fractielid Kees Hagenaars was het volkomen met hem eens zeker ook omdat een half uurtje zwemmen vaak anderhalf uur onderwijstijd kost. Dat heeft te maken met omkleden en de reistijd. Ook constateerde Hagenaars dat door het college, dat een link legde naar de exploitatie van het zwembad, de indruk gewekt werd van een verkapte subsidie. Ons fractielid stelde dan ook voor de scholen, binnen de gestelde kaders, zelf te laten bepalen waar ze het geld voor zouden inzetten. “Zij zien immers als geen ander waar de gelden het hardst nodig zijn” , aldus Hagenaars. Daarnaast vond hij het vreemd dat de CDA-wethouder Van Leeuwen wel voor het speerpunt bewegen had gekozen maar het niet de taak van de gemeente vond om een vakleerkracht gymnastiek te betalen.
VVD en SGP-CU waren het roerend eens met de voorgaande sprekers en ook het CDA toonde begrip voor dat standpunt hoewel ze een slag om de arm hield.
De wethouder stond dus ondertussen helemaal alleen in haar standpunt. Het college had gekozen voor het speerpunt bewegen en daar hield ze aan vast. Dat noch de raad, noch de scholen hierom hadden gevraagd was niet haar probleem. Hagenaars vond het vreemd dat de wethouder scholen wil opzadelen met iets wat ze zelf niet willen, juist nu de Tweede Kamer naar aanleiding van het onderzoek van de commissie Dijsselbloem er op heeft aangedrongen om toch vooral aandacht te schenken aan taal rekenen en lezen. Visser was het volkomen met hem eens en Aartman - eveneens van de MPN - veronderstelde dat de wethouder voor de besluitvormende raad nog wel met wijziging zou komen nu er zoveel verzet was.
In de besluitvormende raad van 19 juni stond de harmonisatienota wederom op de agenda. Van Leeuwen bevestigde in een brief aan de raad dat scholen de vrijheid zouden krijgen om wel of niet voor zwemmen te kiezen maar dat het geld in ieder geval aan bewegingsonderwijs zou moeten worden uitgegeven.
De fractie van Progressief Nieuwkoop concludeerde dat er nauwelijks beweging zat in het standpunt van de wethouder en diende daarom een amendement in ervan uitgaande dat dit door een grote meerderheid van de raad zou worden gesteund. In het amendement werd gevraagd de gelden voor bewegings- en zwemonderwijs vrij besteedbaar te maken binnen de kaders van de harmonisatienota.
Tot ieders verbazing gaf Visser van de MPN aan zich toch uiteindelijk wel te kunnen vinden in het standpunt van het college. Het college voerde dan wel niet uit wat het onderwijsveld wilde maar hij ging ervan uit dat dit in de toekomst in goed overleg wel opgelost zou worden. Van den Bosch van het CDA sloot zich daarbij aan. Hagenaars reageerde met de opmerking dat het nu toch wel echt een lachertje begon te worden. Eerst de scholen volledig steunen tegen de mening van de wethouder in en twee weken later het standpunt van de wethouder ondersteunen en niet ingaan op hetgeen de scholen willen om er vervolgens vanuit te gaan dat je daarna alles in goed overleg kunt oplossen. Zo werkt dat niet.
Blijkbaar was er intern overleg geweest en waren de raadsleden ervoor gewaarschuwd dat ze vooral de wethouder overeind moesten houden. Mur van de VVD had immers in de meningvormende raad al gevraagd of de wethouder tegen de mening van de raad in haar standpunt zou handhaven en eventueel zou aftreden.
Het amendement van Progressief Nieuwkoop werd verworpen met CDA en MPN tegen en VVD, SGP/CU en Progressie Nieuwkoop voor.
De conclusie kan niet anders zijn dan dat de wethouder een afgang moest worden bespaard. MPN en CDA hebben zich laten leiden en gekozen voor het behoud van de coalitie in plaats van vast te houden aan een eerder ingenomen standpunt. Zwakke knieën dus.
