Visie Progressief Nieuwkoop op mogelijke bezuinigingen

Er hangt komende jaren een ongekende bezuiniging van 35 miljard euro boven de markt.
Het is onduidelijk waar die uit bestaat. Is dat geld uitgegeven aan het redden van banken? Daar komt toch een deel weer van terug? Zijn het mindere belastinginkomsten als gevolg van een stagnerende economie of zijn er meer kosten gemaakt voor overheidsuitgaven (investeringen en bv. hogere WW uitgaven)
 
Het kabinet komt komende maanden met voorstellen en het parlement moet daar ook eerst nog een oordeel over geven. De vraag is niet of, maar hoeveel er op uitkeringen naar gemeenten bezuinigd gaat worden.
Er zijn verschillende mogelijkheden om deze kortingen op te vangen en dat hangt ook wel van het bedrag af. Wij gaan hier bij het antwoord er vanuit dat het om een stevige korting gaat. Wij willen daar zowel vanuit enkele algemene criteria naar kijken (A), als vanuit specifieke aandachtsvelden (B).

      A. Algemene criteria

  1. Voorop staat dat de gemeente alle mogelijke middelen moet aanwenden om het bezuinigingsonheil te keren. Dat wil zeggen in VNG verband acties richting kabinet en fracties in Eerste en Tweede Kamer ondersteunen (vergelijk opmerkingen van Jan Marijnissen, SP).
  2. Eerlijk verdelen betekent dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen. Het kan niet zo zijn dat sociaal zwakkeren in onze gemeente eerst kortingen of lastenverzwaringen ondervinden door rijks- en mogelijk ook provinciaal beleid en vervolgens nog eens door gemeentelijk beleid. De gemeente moet de verslechtering van de positie van die inwoners juist compenseren.
  3. Er zijn grenzen aan het verbeteren van de efficiëncy van het gemeentelijk apparaat. Er moet uiteraard kritisch gekeken blijven worden welke voordelen daar zijn te behalen. Maar bij forse bezuinigingen zal het ook gaan om minder taken en regels en om lagere ambitieniveaus van politiek en beleid. Na de herindeling is al het nodige dorre hout gekapt en dan wordt het lastiger keuzen te maken: namelijk prioriteiten stellen aan gewenste, maar ons inziens minder belangrijke of urgente taken/regels. Wij zullen een dergelijke prioriteitstelling beoordelen naar de uitgangspunten die wij belangrijk vinden, namelijk: duurzame ontwikkeling, sociale rechtvaardigheid en cohesie en veiligheid.
     
    B. Specifieke aandachtsvelden

1. We zullen als gemeenteraad naar de taken moeten kijken waar de gemeente verantwoordelijk voor is. Zijn er taken die we kunnen beëindigen? Dat is een vraag die je je als gemeenteraad voortdurend moet blijven stellen. Dat zou kunnen met taken die een beperkte toegevoegde waarde hebben. Leuk misschien, maar niet noodzakelijk. Snoeien dus. Wat voor taken geldt, geldt ook voor regels: welke regels kunnen geschrapt worden, omdat de administratieve lasten niet opwegen tegen de baten?

2. Er moet gekeken worden naar het ambitieniveau van de gemeente. Zeker als het om meerjarige plannen/activiteiten gaat en het ambitieniveau naar beneden kan worden bijgesteld, kan dat om aanzienlijke bedrage gaan. Je voert dan minder plannen uit en dat heeft mogelijk ook nog invloed op de omvang van de gemeentelijke organisatie.


3. Het vergroten van bestuurlijke effectiviteit en efficiency, waarover wij een compleet hoofdstuk in ons verkiezingsprogramma hebben staan. Op termijn kan dat een forse structurele doorwerking hebben qua bestuurlijke effectiviteit en kostenefficiency op het ambtelijk apparaat. Reden te meer om onderhand snel de verdere uitwerking van de structuurvisie ter hand te nemen en de sectorale beleidsplannen vanuit die context en kaders verder uit te werken.

4. Er moet gekeken worden naar welke zaken je met anderen, bijvoorbeeld met andere gemeenten, samen kan doen. De voordelen van schaalvergroting kunnen aanzienlijk zijn. Maar dat moet je wel willen.

5. Ieder jaar blijkt er toch weer dat de gemeente geld overhoudt. Dat wordt veroorzaakt door incidentele meevallers, boekhoudkundige manoeuvres en het niet uitvoeren van taken. Sommige van die taken kun/moet je doorschuiven naar een volgend jaar. Maar bij het reguliere onderhoud van het groen bijvoorbeeld valt er vaak weinig door te schuiven en levert dat besparingen op. De begroting kan voor dat bedrag verlaagd worden. Wij denken aan een half miljoen. Dat betekent dat we heel kritisch moeten kijken naar alle beheerplannen, want een flink deel van de gemeentelijke begroting gaat daaraan op. Dat is op zich een goede zaak, maar in tijden van nood kan ook hier een lager ambitieniveau een goede werking hebben.

6. En als sluitstuk kan gekeken worden of de inkomsten van de gemeente kunnen worden verhoogd. We hebben het hier over de woonlasten (Onroerende zaak belasting, Afvalstoffenheffing en Rioolrecht), maar ook over leges en dergelijke. Progressief Nieuwkoop is op voorhand geen voorstander van het verhogen van de woonlasten. In ons verkiezingsprogramma geven we aan dat de woonlasten jaarlijks met niet meer mogen stijgen dan het inflatiepercentage. En daar willen we maximaal aan vasthouden. Vooral omdat inwoners ook hogere lasten krijgen opgelegd door de bezuinigingen van de Rijksoverheid. Die bezuinigingen leiden tot hogere (eigen) bijdragen of lagere toeslagen en misschien wel verhoging van de provinciale opcenten op de wegenbelasting. En als er toch verhoogd moet worden dan op zaken waar een burger een keuze kan maken, of direct persoonlijk voordeel van heeft, zoals bij de heffing van leges op diensten.